“In every walk with nature, one receives far more than he seeks.” ~ John Muir ~
Afgelopen zomer reed ik met mijn zus en 2 hondjes naar Zweden voor een heerlijk relaxte vakantie. Onze tijd hebben we met name doorgebracht in de uitgestrekte bossen van Värmland (nabij Filipstad). Geen plek voor mensen die op zoek zijn naar hippe loungebars of massatoerisme, maar wél de hoofdprijs als je houdt van de Zweedse rust. Als je eenmaal de grens over bent, merk je het meteen: je hartslag gaat omlaag en de ruimte om je heen neemt toe.

Spiegelglad water
In Värmland is het lastig om droog te blijven. Overal waar je komt vind je wel een meer, de een nog indrukwekkender dan de ander. Of je nu kiest voor het grootste meer van Zweden (het Vänermeer) of een van de ontelbare naamloze meren in de buurt: ze zijn precies zoals je ze op een ansichtkaart ziet: diepblauw, spiegelglad en omringd door dichte dennenbossen.

Vorig jaar was het weer ideaal om de meren ook echt op te zoeken (alhoewel ik het idee heb dat de Zweden zelf jaarrond de meren induiken). Er gaat niets boven dat moment dat je het water in duikt en de absolute stilte ervaart. Geen schreeuwende toeristen of ronkende motoren, maar een spiegelglad wateroppervlak, met een drijvend vlot en talloze bomen.

De Zweedse stuga
Je kunt de omgeving van Filipstad eigenlijk niet echt ervaren zonder te verblijven in een stuga. Een stuga is een typisch Zweeds houten huisje, meestal in het herkenbare Falunrood. Vorig jaar hadden we de hoofdprijs: een huisje aan de rand van een meer, compleet met een eigen aanlegsteiger en met zelfs een kano tot onze beschikkig!

Het is de ultieme vorm van onthaasten. Vaak is er namelijk ook geen wifi, maar wél een houtkachel voor de frisse avonden en een veranda die uitkijkt over het rimpelloze water. Terwijl de zon langzaam achter de boomtoppen zakte, besefte ik weer hoe weinig je eigenlijk nodig hebt als je de natuur als achtertuin hebt. Het is een eenvoud die we in ons drukke leven vaak vergeten zijn, maar die in zo’n stuga binnen no time weer helemaal terug is.

Schatzoeken zonder kaart
Je kunt Värmland niet bezoeken zonder oog te hebben voor de lokale cultuur, en dan heb ik het niet over musea. Ik heb het over de loppis. Overal waar je rijdt, zie je handgeschreven bordjes langs de weg die je naar iemands oprit, schuur of garage lokken.
Het is de Zweedse variant van een garage sale, maar dan met veel meer charme. Dus wil je een uniek souvenir mee naar huis: bij een loppis snuffel je tussen nostalgische Zweedse snuisterijen en ware authentieke pareltjes!

Oneindig dwalen door het bos
Naast het struinen in de loppis, doken we natuurlijk ook de bossen in. De Zweedse bossen zijn van een geheel ander kaliber dan de ‘bosjes’ die we in Nederland kennen. Urenlang kun je er in (ver)dwalen, met op- en afdalingen en continue afvragend welk natuurschoon er na de volgende bocht weer zal verschijnen.

Zo vonden we een waar trollenbos in de buurt van Lesjöfors, oftewel het Trollstigen a.k.a. het Trollenpad. De natuur is hier nog echt ruig. Geen aangeharkte paden, maar dikke lagen mos waar je voeten in wegzakken en bomen die in de gekste bochten zijn gegroeid. Het heeft iets mystieks. Al met al is een wandeling langs het trollenpad een unieke ervaring die zeker de moeite waard is!
Een hondenparadijs
Wat ik naast alle pracht en praal nog meer een grote bonus vind, is hoe gastvrij Zweden is voor honden. Of je nu een wandeling maakt door het dorp of een terrasje pakt, ze zijn overal welkom. En daarnaast is het voor de honden uiteraard zelf ook geen straf om in de eindeloze bossen rond te dolen. Een groot pluspunt voor als je met je viervoeter op reis wilt!

Het was zo’n vakantie die je eraan herinnert dat we niet veel nodig hebben: goed gezelschap, goede wandelschoenen, blije hondjes en de wetenschap dat er achter elke volgende heuvel weer een nieuwe verassing op je wacht!


