Phu Quoc is niet het meest gepolijste eiland van Zuidoost-Azië. Er zijn niet overal goede wegen. Communicatie verloopt met veel gelach en weinig woorden. Maar het heeft precies wat een eiland nodig heeft: ruimte, natuur en het gevoel dat je een plek hebt gevonden die de meesten overslaan. Rijd op een scooter totdat de weg ophoudt. Snorkel in water het helderste water van Vietnam. En kijk elke avond hoe de zon in de Andamanse Zee zakt.

Ik ben er zelf een aantal jaar geleden geweest ter afsluiting van een rondreis door Vietnam. Vanuit Ho Chi Minh nam ik een nachtbus richting Phan Thiet, vanwaar de ferry vertrekt naar Phu Quoc. Na aankomst wilde ik gelijk de omgeving gaan ontdekken! Eigenlijk is de enige beste optie om dit te doen met de scooter. Het eiland ontvouwt zich letterlijk op het moment als je zelf rijdt: smalle weggetjes door het groen, dorpjes waar toeristen nog een noviteit zijn, en plekken die je op geen enkele kaart vindt.

De volgende dag had ik afgesproken om met mijn nieuwe reisgenoten (die ik had leren kennen tijdens de busreis), het eiland verder te verkennen. Een waterval werd ons doel! Bij aankomst bleek er weinig waterval te zijn. Door het droge seizoen had het meer weg van een bescheiden waterstroompje. Maar de plek was magisch: compleet verlaten. We lagen als enigen in het water, omringd door natuur, terwijl kleine visjes onze voeten schoon knaagden. Een gratis spa, midden in de jungle.
Op Phu Quoc vind je de langste kabelbaan over zee ter wereld. De kabelbaan gaat naar Pineapple Island. Je hangt hoog boven het water, met aan alle kanten turquoise zee en eilandjes die langzaam groter worden. Op Pineapple Island wacht een strand dat eruitziet als een screensaver: wit zand, palmbomen en kristalhelder water.

Phu Quoc heeft ook een donkere kant: de gevangenis “Coconut Prison” (in verband met de ligging naast kokosnootplantages). Tijdens de Vietnamoorlog (jaren 60 en 70) werd het complex door de door de VS gesteunde Zuid-Vietnamese regering enorm uitgebreid. Het groeide uit tot het grootste gevangeniscomplex in het zuiden, waar op het hoogtepunt meer dan 40.000 Noord-Vietnamese soldaten en politieke gevangenen werden vastgehouden

De gevangenis stond bekend als een van de meest brute detentiecentra ter wereld. Gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en op grote schaal gemarteld om informatie los te krijgen. Vandaag de dag is de gevangenis een officieel nationaal monument en ingericht als een openluchtmuseum.
De gevangenis portretteert de geschiedenis nu via mannequins, wat het tegelijk concreet en surrealistisch maakt. Een bezoek dat je bijblijft. De gevangenis werd eind jaren 40 gebouwd door de Franse kolonisten om Vietnamese revolutionairen op te sluiten.
Phú Quốc is in de afgelopen jaren enorm gegroeid en niet meer per se de bestemming voor de backpacker die op zoek is naar een onontdekt, primitief eilandje. Het is tegenwoordig ook een bestemming voor reizigers die houden van comfort, luxe resorts (die relatief betaalbaar zijn), goede restaurants en een relaxte strandvakantie.
Gelukkig is de rust en de ruimte die ik ervaren heb ook nog steeds bewaard op het eiland. Het binnenland en noordoosten van het eiland bestaat voor een groot deel uit dichte, beschermde jungle en bergen. Hier kun je prachtig hiken en kom je nauwelijks toeristen tegen. Stranden in het uiterste noordoosten (zoals Ganh Dau of Starfish Beach buiten de piekuren) en kleinere baaitjes bieden nog steeds die idyllische, rustige tropische sfeer met wuivende palmbomen, zonder de grote resorts. Door te kiezen voor eco-lodges of kleinschalige boetiekhotels aan de minder ontwikkelde oostkust, ervaar je nog het ‘oude’ eilandgevoel.

Bovendien heeft het eiland een uniek voordeel: het is de enige plek in Vietnam waar álle internationale toeristen 30 dagen visumvrij naartoe mogen reizen. Dat maakt het heel aantrekkelijk als afsluiter van een rondreis door Vietnam!


